Tijdens het ontbijt keek ik naar buiten en dacht: ik ga de ramen aan de achterkant zemen. Dat was nog niet gebeurd sinds dat we hier wonen, en ze waren best wel vies. De uitdaging van een ladder om er ook op drieënhalve meter bij te kunnen wordt minder groot als je al een paar dagen vrij bent.
Het vroor, dus ik had me warm aangekleed. Met de ladder naar buiten, en vervolgens ook de emmer, de inwasser en de wisser. Vol goede moed begon ik aan het raam rechtsboven: netjes het raam boenen met de inwasser, van de ladder af om de wisser te pakken, de ladder weer op om het raam droog te trekken.
Daar stond me een verrassing te wachten, hoewel dat volgens mijn scheikundeleraar geen verrassing zou moeten zijn: er zat een laagje ijs op het raam. Niks waar een wisser van onder de indruk is, dacht ik nog, maar ook dat viel tegen.
Lang verhaal kort: de ramen zijn soort van schoon, maar het is dus niet handig om ramen te zemen als het vriest. (Ja, als je dat googelt, blijkt dat wijdverspreide kennis te zijn. Ik val door de mand dat die kennis mij nog niet had bereikt.)
