De jonge vrouw op de scooter kijkt de andere kant op dan verstandig is. De haaientanden hebben op die manier geen betekenis dus zekerheidshalve rem ik hard met de bakfiets — net op tijd.
In zulke situaties bel ik nooit, ik roep gewoon heel hard ‘hé!’. Dat werkt heel goed want het hele kruispunt hoort het, en ik ben direct een deel van de schrik kwijt.
Zij remt nu ook en staat half op het fietspad stil. Ze kijkt me nauwelijks geschrokken aan, maar zegt wel ‘sorry’. Mijn humeur is daar niet plotsklaps door verbeterd, en dat ziet ze aan mijn gezicht. Dat zint haar niks. Terwijl ze alweer gas geeft, bijt ze me toe: ‘Ik zei toch al sorry!’
Enigszins verbouwereerd kijk ik haar na. Het ene excuus is het andere niet.